Ervaringsverhalen

“De ergotherapie heeft balans gebracht in ons kind en ons gezin”

"Mathijs (nu 5) heeft een sensorische integratiestoornis. Hij sliep slecht, had buikklachten, was erg wild naar andere kinderen en had moeite met prikkels van buitenaf. Na zijn behandeltraject bij Door is hij een vrolijk en sociaal kind, dat makkelijker omgaat met wat er op hem afkomt. De therapie heeft balans gebracht in ons kind en ons gezin. Zonder Door hadden we deze stappen nooit kunnen maken.”

“Op advies van mijn schoonvader, die nauw met Door heeft samengewerkt, hebben wij 3 jaar geleden de hulp van Door ingeroepen. Onze zoon, Mathijs, was al sinds zijn geboorte een hele slechte slaper, had veel buikklachten en was overdag heel erg dwars. Hij had moeite met aankleden, was erg wild naar andere kinderen toe en we konden moeilijk contact met hem maken op momenten dat het mis ging. Door heeft Mathijs thuis geobserveerd en al snel vielen haar een aantal zaken op. Mathijs is een zeer gevoelig kind, heeft moeite met prikkels van buitenaf, kan zijn zintuigen niet goed op elkaar af te stemmen en speelt veelal met zijn rechterhand. Zij heeft ons aangeraden de vragenlijst in te vullen en op basis daarvan heeft zij haar rapport uitgebracht. Hieruit bleek dat Mathijs een sensorische integratiestoornis heeft. Ook wij waren niet bekend met deze problematiek maar na het lezen van het rapport en het boek 'Uit de pas' werd ons veel duidelijk en konden wij het gedrag van Mathijs veel beter plaatsen. Als eerste zijn wij in therapievorm met Door gestart met het aanbrengen van structuur, een rustiger dagritme, de borstel - drukmethode en het allerbelangrijkste meer geduld. Nu, 3 jaar later en met veel vallen en opstaan, kunnen wij oprecht zeggen dat alle tips en adviezen van Door ons leven heel positief hebben veranderd. Mathijs is nu 5 jaar en is een vrolijk en lief sociaal kind. Hij gaat graag naar school en speelt met zijn vriendjes en zijn jongere zusje. Het laatste jaar gaat Mathijs iedere week een uurtje naar Door om zijn motoriek te oefenen en dit vindt hij erg leuk om te doen. Nog steeds borstelen wij Mathijs iedere dag en nemen we iedere week de kalender door van de komende week. Kleding met kaartjes of vervelende stoffen kopen we niet meer en we hebben in zijn kamer een rustig hoekje gemaakt waar hij zich kan terugtrekken. Al deze kleine dingen helpen hem in zijn leventje en zorgen ervoor dat hij minder verrast wordt en makkelijker om kan gaan met de dingen die op hem af komen. Zonder de hulp van Door hadden wij deze stappen nooit kunnen maken en we zijn dan ook erg blij dat zij met al haar kennis en ervaring heeft gezorgd voor de balans die zo belangrijk is voor Mathijs en ons gezin.”

Femke, moeder van Mathijs (5)

Casus

Beter schrijven en bewegen, meer zelfvertrouwen in de brugklas.

Ward heeft moeite met het schrijftempo in de brugklas. Hij heeft soms niet genoeg tijd om een proefwerk af te krijgen en zijn aantekeningen zijn moeilijk leesbaar. Stilzitten in de klas vind hij moeilijk en vaak pijnlijk. Samen met Door werkt Ward aan zijn schrijfhouding en zijn fijne motoriek. Bij een sportclub versterkt hij zijn conditie en spierkracht. Aan het einde van het behandeltraject schrijft hij veel beter, kan hij het tempo op school bijhouden, is hij handiger geworden en heeft hij veel meer zelfvertrouwen.

Ward, 12 jaar, komt naar de ergotherapeut omdat hij moeite heeft met schrijven in tempo. In het verleden heeft Ward al eens schrijftherapie gehad. In het basisonderwijs kon hij  zich voldoende redden. Nu zit hij in de brugklas (havo/vwo). Hij heeft moeite met het tempo van schrijven bij het maken van aantekeningen en bij proefwerken. Wanneer hij op tempo moet schrijven wordt het schrift moeilijk leesbaar. Hij haalt af en toe een slecht punt voor proefwerken omdat hij onvoldoende tijd heeft om alle vragen te beantwoorden of niet leesbaar schrijft. Soms kan hij thuis ook zijn eigen aantekeningen niet goed teruglezen. Daarnaast heeft Ward veel moeite met het stilzitten in de klas, hij beweegt veel of hangt over tafel en heeft vaak pijn beneden de onderste rib.

Allereerst wordt geobserveerd hoe het schrijven op dit moment is en hoe de zit/schrijfhouding is. Daarna worden ook de voorwaarden voor houding en schrijfmotoriek geobserveerd. Daarbij komt naar voor dat Ward moeite heeft met het handhaven van een goede houdingstonus, nog moeite heeft met het doseren van de juiste spierspanning in de hand en alleen de rechterhand gebruikt. Daarnaast werkt hij steeds aan de rechterkant van het werkvlak en heeft daardoor moeite met het goed vormen van letters en de volgorde van letters in woorden.

Samen met Ward en de ouders worden de resultaten besproken en de mogelijke oplossingen. Er worden verschillende hulpmiddelen uitgeprobeerd en Ward geeft zelf aan welke hulpmiddelen hij op school wil gebruiken en welke liever alleen thuis. In de wekelijkse therapie wordt gewerkt aan de fijne motoriek en er wordt gekozen voor een intensieve training voor het verbeteren van de tweehandigheid. Hierbij is het belangrijk om ook thuis nog te oefenen. Daarnaast is afgesproken dat Ward bij een sportclub gaat om zijn algemene conditie en spierkracht te verbeteren. Aan het einde van het behandeltraject is het handschrift aanzienlijk verbeterd, hij kan het tempo op school bijhouden, hij geeft aan dat hij handiger is geworden en Ward heeft veel meer zelfvertrouwen gekregen.

Lotte (4) doet nu mee op school en slaapt beter, ouders en leerkracht weten nu hoe zij omgaat met prikkels.

Thuis is Lotte vaak koppig en boos, op school juist stil en teruggetrokken. Ze heeft moeite met inslapen en met nieuwe situaties. De ouders gaan op advies van Door aan de slag met het borstel/drukprogramma om prikkelverwerking te normaliseren en bereiden Lotte nu anders voor op nieuwe situaties. Ook vindt afstemming met de leerkracht plaats. Lotte's ouders en leerkracht begrijpen haar nu beter en kunnen haar daardoor beter begeleiden. Lotte heeft veel minder boze buien, is op school opener en doet mee met de kringactiviteiten. Het inslapen is geen probleem meer.

Lotte, 4 jaar, wordt naar ergotherapie verwezen door maatschappelijk werk. Lotte is een lief meisje dat echter thuis soms heel plotseling heel boos, koppig en onwillig kan worden. Ze is erg gehecht aan  moeder, kan heel gezellig zijn, vertelt honderd uit, maar kan ook erg dwingerig zijn. Lotte heeft moeite met in slaap komen en met nieuwe onbekende situaties. Sinds kort gaat ze naar school en is daar stil en erg teruggetrokken. Ze vertelt niets in het kring gesprek en lijkt dan erg afwezig. Op vragen van de leerkrachten antwoordt ze niet of fluisterend.

De observatie van de ergotherapeut is gericht op de zintuiglijke prikkelverwerking. De ouders vullen de SP in, dit is een oudervragenlijst voor de zintuiglijke prikkelverwerking. Nadat duidelijk is geworden waar de oorzaak van dit wisselende gedrag kan liggen, wordt dit met de ouders besproken. Samen worden de oplossingen bekeken. De ouders gaan thuis aan de slag met het borstel/drukprogramma (therapie ontwikkeld door Wilbarger en Wilbarger, om prikkelverwerking te normaliseren) en het op een andere manier voorbereiden op nieuwe situaties. Er worden een aantal aanpassingen uitgeprobeerd om makkelijker in te slapen. Daarna volgt een gesprek op school, waarbij uitleg wordt gegeven over hoe de zintuiglijke prikkelverwerking bij Lotte verloopt en welke invloed dit op haar gedrag heeft. Ook wordt met de leerkracht besproken welke adviezen in deze specifieke schoolsituatie toepasbaar zijn.

Zowel ouders als leerkracht geven aan het einde van de behandeling aan dat ze Lotte beter begrijpen, beter kunnen begeleiden en het moeilijke gedrag vaak kunnen voorkomen. Lotte heeft veel minder boze buien, is op school opener, geeft antwoord op vragen van de leerkracht en neemt nu deel aan de kringactiviteiten. Het inslapen is geen probleem meer.

Jeroen (5): speels aan de slag met de fijne motoriek, meer zelfvertrouwen.

Jeroen vindt knutselen en tekenen helemaal niet leuk omdat het vaak niet lukt. Verschillende oefeningen, spelletjes en opdrachtjes voor thuis verbeteren zijn fijne motoriek en geven hem meer zelfvertrouwen. Zo wordt knippen, scheuren en tekenen weer leuk.

Jeroen, 5 jaar, komt met zijn ouders bij de ergotherapie met de vraag of er gewerkt kan worden aan zijn fijne motoriek. Jeroen vindt knutselen en tekenen helemaal niet leuk omdat het vaak niet lukt.  De ergotherapeut brengt allereerst in kaart hoe het precies komt dat Jeroen moeite heeft met het uitvoeren van schoolse vaardigheden zoals knippen, scheuren en tekenen. Hiervoor beschikt de ergotherapeut over een aantal testen, waaruit ze de meest passende voor de situatie kiest. Dat is in dit geval de KOEK, een observatie speciaal voor kleuters die moeite hebben met het uitvoeren van deze activiteiten. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan wordt vastgesteld welke voorwaarden bij Jeroen verbeterd moeten worden. Door middel van verschillende oefeningen en spelletjes met klein materiaal wordt de fijne motoriek verbeterd en daarmee ook Jeroen’s zelfvertrouwen. Deze oefeningen worden uitgevoerd binnen de ergotherapiebehandeling, maar ook als opdrachtjes mee naar huis gegeven, zodat Jeroen veel oefent.

Een aantal vaardigheden zoals het knippen, worden specifiek geoefend.